Čepice na velkou hlavu i mimo zimu: duben, srpen, listopad

Muts voor een groot hoofd: ook in april, augustus en november

De wereld zit vol wonderen, en een van de kleinste is een muts die eindelijk past. Ik ken het van mijn eigen hoofd. Vijftien jaar lang probeerde ik mutsen die of boven mijn oren bleven hangen, of na een uur een groef in mijn voorhoofd achterlieten alsof er een elastiek om had gezeten.

De meeste mensen met een hoofdomtrek van 60, 62 of 63 cm kennen hetzelfde scenario. Eén wintermuts die enigszins blijft zitten, en de rest van het jaar niets. Terwijl een muts helemaal geen seizoensding is. Alleen het materiaal verandert, hoe diep je hem draagt, en het moment waarop je ernaar grijpt.

Dit stuk gaat over drie maanden waar bijna niemand aan denkt als het over mutsen gaat: april, augustus en november.

Waarom een muts voor een groot hoofd niet stopt bij het einde van de winter

Een muts is geen kachel, het is een laag. En lagen draag je het hele jaar door. Als het 's ochtends zes graden is en er wind vanaf de rivier staat, heb je geen berguitrusting nodig. Je hebt iets nodig dat je hoofd met rust laat tot het warmer wordt.

Je hoofdomtrek zou je nooit keuzes mogen ontnemen, ook niet in april. En toch gebeurt dat voortdurend. Na een reeks miskopen besluit iemand met een omtrek van 60 cm of meer dat één wintermuts wel genoeg is, en loopt de rest van het jaar met bloot hoofd rond, ook als dat niet lekker zit.

Het verschil tussen de seizoenen zit trouwens niet in de pasvorm. De diepte van de kroon en de breedte van de binnenband blijven het hele jaar hetzelfde, want die bepalen hoe de muts zit, niet hoe warm hij is. Wat verandert is het materiaal, en hoe diep je hem over je hoofd trekt.

Voorlopig maken we twee soorten: klassiek acrylbreisel en merino. Acryl is de eerlijke muts voor elke dag. Hij houdt zijn vorm, is warm, vindt het niet erg als je hem in je jaszak propt, en als hij vies wordt was je hem zonder plechtigheden. Merino is merkbaar warmer, ademt beter en gaat zelfs na een paar dagen dragen niet ruiken. Dun zomerbreisel hebben we niet, en dat komt er pas als we er een vinden die we zelf zouden willen dragen.

Zodra je weet welke diepte en welk breisel bij je passen, gaat de vraag niet meer over je hoofd maar over het weer. Dat lucht behoorlijk op.

April: een muts voor een groot hoofd bij koude ochtenden en winderige avonden

's Ochtends zes graden, 's middags zeventien. Voorjaar betekent vooral dat je je muts drie keer per dag afzet en weer opzet. Daarom draag ik in april het vaakst de acrylmuts. Hij propt zo in je zak, maakt geen bobbel en heeft er geen last van.

Ga ik langer naar buiten, op de fiets of een lange wandeling langs de kade, dan pak ik liever merino. De vezel werkt met vocht, dus je hoofd wordt niet klam op het moment dat je een helling op loopt, en 's avonds, als de temperatuur zakt, is de muts nog steeds warm. Kiezen kan uit de merino mutsen in XL.

Ook de manier van dragen verandert. Waar je hem in januari diep over je oren trekt, draag je hem in het voorjaar korter, met de rand net boven je oren. Het staat beter en je hoofd kan ademen.

Waarom een muts op een groot hoofd meestal naar achteren zakt

Een gewone muts is gebreid op een omtrek van rond de 58 cm en op een ondiepe kroon. Op een hoofd van 62 cm rekt hij uit, verliest hij diepte en kruipt hij langzaam naar achteren tot hij op je kruin ligt als een theemuts. Onze mutsen hebben een diepere kroon, zodat ze het hoofd omsluiten in plaats van erop te balanceren. Hij blijft waar hij hoort, ook in de wind.

Augustus: wanneer een muts ook in de zomer van pas komt

Zomer betekent niet automatisch een pet. Augustusavonden aan het water, een bergkam boven de duizend meter of een nacht op de camping zijn momenten waarop een muts praktischer is dan wat dan ook met een klep. Niet vanwege de mode, maar omdat de temperatuur na zonsondergang sneller zakt dan je denkt.

Voor de hitte overdag is een muts niet bedoeld, en ik doe ook niet alsof. Als de zon brandt hoort er een XL pet op je hoofd, waarvan de klep de schaduw op je ogen houdt. De muts neem je mee voor onderweg 's ochtends, en voor 's avonds als het afkoelt.

In de zomer draag je hem losser. Iets naar achteren, oren vrij, de rand nauwelijks over je haarlijn. Bij mij werkt daar de olijfgroene XL muts goed voor, omdat hij in die gedempte kleur niet als een winterstuk aanvoelt.

En dan is er reizen. Een trein met airco, een nachtbus, een vlucht om zes uur 's ochtends, een berghut waar het in augustus 's ochtends acht graden is. Daarvoor is merino de beste keuze, want je draagt hem drie dagen in je tas mee en hij ruikt nog steeds fris. Hij neemt minder plek in dan een hoodie en doet op die momenten hetzelfde werk.

November: een warme muts die echt past op 60–63 cm

De herfst is de test van echte pasvorm. In november gaat het niet meer alleen om warmte. Het waait, de regen komt horizontaal binnen, en je muts blijft zitten of je houdt hem na honderd meter langs de kade met je hand vast.

Merino lost warmte op zonder volume. Je hoeft geen twee centimeter breisel op je hoofd te hebben om het goed te hebben, en op een groot hoofd valt elke extra centimeter volume op. Acryl is daarnaast de klassieker voor gewone dagen: warm en betrouwbaar, houdt seizoen na seizoen zijn vorm, en je hoeft er niet voorzichtig mee te doen.

De basis blijft bij allebei hetzelfde. Een diepere kroon, zodat de muts het hoofd omsluit in plaats van erop te zitten, en een bredere binnenband die de druk over de hele omtrek verdeelt. Onze XL is gemaakt op een omtrek van 61 cm en zit comfortabel tussen 60 en 63 cm. Zit je tussen twee maten in, neem dan de grotere. Comfort gaat voor.

  • diepere pasvorm die over de oren blijft en niet omhoogkruipt
  • bredere binnenband, zonder groef op je voorhoofd
  • meer materiaal en meer rek waar een gewone muts ophoudt
  • kleuren die niet vloeken met je jas of je colbert

In november pak ik het vaakst de donkergrijze XL muts. Warm genoeg voor een bewolkte ochtend, en ik zie er niet uit alsof ik de bergen in ga. Geen compromissen tussen warmte en hoe het staat.

Hoe weet je of een muts past, en wat als dat niet zo is

Meet eerst. Pak een zacht meetlint en leg het rond je hoofd, ongeveer een centimeter boven je oren, over het breedste deel van je voorhoofd, precies waar de muts komt te zitten. Het lint moet aansluiten, niet knellen. Er moet één vinger onder passen.

Heb je geen meetlint in huis, dan werken een touwtje en een liniaal net zo goed. Leg het touwtje om je hoofd, markeer waar het overlapt, trek het recht en meet na. Meet twee keer en neem het grotere getal. Zorg dat je haar droog is en zit zoals je het normaal onder een muts draagt. De uitleg met foto's vind je in de maatgids.

Na levering is de controle simpel. Een passende muts sluit aan, maar knelt niet. Tussen je voorhoofd en de rand moet comfortabel een vinger passen. Als je hem afzet, mag er geen rode groef op je voorhoofd achterblijven. Druk boven je oren of pijn na een half uur betekent maar één ding: de maat is te klein. Het andere uiterste, waarbij de muts vanzelf naar achteren schuift, betekent dat hij te ruim of te ondiep is.

Kom je boven de 63 cm uit, wacht dan nog even. We werken aan XXL op 64 cm, die comfortabel tussen 63 en 65 cm zit. We beginnen met zwart en voegen daarna meer kleuren toe.

Zit er iets niet goed, mail ons dan op info@headofwonder.com. Terugsturen kan binnen veertien dagen na levering, ongedragen en in originele staat; je naam en bestelnummer zijn genoeg. En hoe het ook afloopt, we proberen elke situatie zo op te lossen dat je er met iets extra's uit komt.

Twee mutsen voor het hele jaar: zo stel je je eigen set samen

Je hebt geen kast vol mutsen nodig. Twee stuks en je hele jaar is gedekt. De acrylmuts voor gewone dagen, voor voorjaarsochtenden, voor herfstavonden en om in je rugzak te liggen. Merino voor vorst, voor lange dagen buiten en voor reizen waar je hem nergens kunt wassen.

Bij kleuren raad ik aan saai te zijn, want saaie kleuren draag je echt. Zwart, donkergrijs en lichtgrijs kunnen met alles, naar werk en op pad. Gedempt blauw of olijfgroen werken net zo goed en zijn wat minder vanzelfsprekend. De hele selectie vind je bij de XL wintermutsen voor grote hoofden, al is de helft daarvan eigenlijk van maart tot november te dragen.

Voor het wassen geldt één regel: een groot hoofd rekt de muts op, heet water krimpt hem juist, en daartussen is weinig ruimte voor fouten. Was met de hand of op het wolprogramma tot dertig graden, wring niet uit en hang hem niet aan een hangertje. Duw het water er voorzichtig uit en laat de muts plat op een handdoek drogen.

Merino hoef je bovendien bijna nooit te wassen. Een nacht luchten op het balkon is genoeg, ook na een paar dagen dragen, waardoor de vorm veel langer intact blijft. Acryl kan vaker in de was, alleen zonder wasverzachter en niet drogen op de radiator.

Bestellingen versturen we binnen twee werkdagen vanuit Praag. Naar Nederland is het pakket daarna meestal een paar dagen onderweg, dus als je op vrijdag beseft dat november begonnen is, draag je je muts begin volgende week al.

Is je hoofdomtrek 60, 62 of 63 cm, dan heb je het makkelijker dan je denkt. Meet jezelf op, kies het materiaal op basis van wat je met de muts gaat doen, en klaar.

Twijfel je over de maat, mail ons dan op info@headofwonder.com of kijk op de pagina Advies nodig. Er antwoordt een echt mens, geen formulier, met persoonlijke ervaring met een hoofdomtrek boven de 60 cm.

Terug naar blog